Limburgse vruchtenvlaaitjes

Het lekkerste gebak is zelf gebakken Limburgse vlaai. Misschien ben je dit niet met mee eens, maar op het moment dat er een vlaaipunt of een klein vlaaitje voor mijn neus staat, dan vind ik dit het lekkerste gebak dat er is. En dan het liefst met een vulling van abrikozen. Daar kun je me voor wakker maken!
Wat maakt een Limburgse vlaai? Dat is eigenlijk de bodem of het deeg. Dit is namelijk niet of nauwelijks zoet en het is een gistdeeg. Moeilijk te maken? Nee hoor, dat valt best wel mee. Het duurt wel even, zeker als je gaat voor het deegraster. Wat vulling betreft maak ik het makkelijk – beetje compenseren voor het werk van het deeg. Ik gebruikte namelijk abrikozenjam met minder suiker van Bonne Maman (gekregen om uit te proberen). De jam heeft een prettig zuurtje en daar hou ik van. De man houdt van bosbessen, dus maakte ik er voor hem een met bosbessen. Zo ben ik dan ook wel weer ;-).

Limburgse vruchtenvlaai is heerlijk gebak. De bodem en het raster wordt gemaakt van gistdeeg en is daardoor minder zoet. Lekker met een vulling van abrikozen of bosbessen. 

#recept #gebak #vruchtenvlaai #zoet
Limburgse vruchtenvlaai is heerlijk gebak. De bodem en het raster wordt gemaakt van gistdeeg en is daardoor minder zoet. Lekker met een vulling van abrikozen of bosbessen. 

#recept #gebak #vruchtenvlaai #zoet


Zeg je nou, ik ben niet van de abrikozen of bosbessen? Dat kan natuurlijk. Vervang het fruit dan bijvoorbeeld door appel of peren, kersen, pruimen of… Het kan allemaal. Denk er wel aan dat wanneer je vers fruit gebruikt, je dit zult moeten binden met maizena. Vers fruit verliest vocht en dat wil je binden anders wordt het niet lekker. Geen fruit, geen nood, kies dan bijvoorbeeld voor rijstevlaai (ook erg lekker, al zeg ik het zelf).


Recept Limburgse vruchtenvlaaitjes

Zoet, gebak
voor 5-6 stuks
Voorbereiden:
15 min.
Bereiden:
1-1,5 uur
Totale tijd:
2,5 uur

Ingrediënten

  • 12,5 g ongezouten roomboter (+ extra)
  • 50 ml volle melk
  • 50 ml water
  • 125 g tarwebloem (+ extra)
  • 2,5 g instant gist
  • 12,5 g suiker
  • snufje zout
  • 1 pot abrikozenjam en/of bosbessenjam (bijv. van Bonne Maman de jam met minder suiker)

OOK NODIG

  • vlaaivormpjes
  • deegroller
  • bakkwastje
  • evt. speciaal deegradertje voor raster

Bereiding

Verwarm melk en water tot lauwwarm en laat hierin de boter smelten. Zeef de bloem boven een kom, maak een kuiltje in het midden en voeg daar de snuf zout, gist, suiker en het botermengsel aan toe.
Kneed 7 – 10 minuten tot een soepel deeg.

Vorm tot een bal en laat afgedekt met een badmuts of een vochtige doek op een warme – tochtvrije – plaats ca. 1 uur rijzen tot het volume 2x zo groot geworden is. Dit duurt ca. 1 uur, maar kan ook langer duren, afhankelijk van de temperatuur in je keuken.
Heb je weinig tijd, dan kun je eventueel ook het deeg in de oven laten rijzen. Verwarm hiervoor de temperatuur tot 25-30 oC, zeker niet hoger dan 35 want dat is te warm voor het rijzen van deeg.

Verwarm de oven voor op 220oC.

Kwast de vormpjes in met zachte boter. Vormpjes zonder anti-aanbaklaag kun je evt. bekleden met een passend stukje bakpapier. Vet ook dit in. Bestuif je werkblad met bloem. Neem het deeg uit de kom en druk het plat. Rol dan op tot een bol en verdeel dit in 5 gelijke delen. Van elk bolletje neem je weer een derde deel af; dit gebruik je voor het deksel. Vorm van elk plukje deeg een bolletje.

Rol het deeg uit tot een dunne ronde lap tot een dikte van ca. 3 mm. en ongeveer 1 cm groter dan de vorm. Laat de deeglap niet te dik, dan krijg je een boterham met jam in plaats van een vlaaitje.
Bekleed de vorm met de deegplak. Herhaal dit met de andere bolletjes deeg.

Prik met een vork gaatjes in de bodem. Verdeel de jam over de vormpjes vul tot ongeveer 2/3. Let op: gebruik je te veel aan vulling, dan zal dit overlopen tijdens het bakken.

Rol de resterende deegbolletjes uit tot cirkels van 2 mm dik en iets groter dan de vorm. Snijd nu een raster in de deegplakjes. Je kunt hiervoor een speciaal deegradertje gebruiken, maar heb je dat niet gebruik dan een mesje. Leg hiervoor een stokje of lineaal op het deeg en snijd met het mesje kleine stukjes als in een stippellijn. Laat om en om verspringen.
Rek de deegplakjes voorzichtig uit zodat het raster ontstaat. Kwast de rand van het deeg in de vorm in met wat melk. Leg het raster erover en druk voorzichtig aan. Ga met de deegroller over de rand om deze mooi strak af te snijden.

Kwast het raster in met wat water en bestrooi eventueel met grove suiker. Zet de vormen op een rooster in het midden van de oven en verlaag de temperatuur naar 200 (180) oC. Bak de vlaaitjes in het midden van de oven in ca. 30 min. goudbruin en gaar. Laat afkoelen op een rooster.

Pin de foto van de Limburgse vruchtenvlaaitjes

Wil je het bericht opslaan? Bewaar deze foto dan op Pinterest, dan heb je hem altijd bij de hand.

Limburgse vruchtenvlaai is heerlijk gebak. De bodem en het raster wordt gemaakt van gistdeeg en is daardoor minder zoet. Lekker met een vulling van abrikozen of bosbessen. 

#recept #gebak #vruchtenvlaai #zoet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s